Schepping en wetenschap.

Ik geloof in een God, een almachtige vader, die de wereld en alles daarbuiten gemaakt heeft, met de dingen die je kunt zien en niet kunt zien.

Zo ongeveer begint de geloofsbelijdenis van Nicea, in de Christelijke wereld de algemeen aanvaarde formulering van haar geloof. Het is trouwens een zin die ook door aanhangers van Mozes en Mohammed kan worden onderschreven. Het is de kern van de wereldbeschouwing die door de grondwetscommissie EU in haar oorspronkelijk voorstel als een van de twee wortels van onze beschaving werd aangemerkt.

Het makerschap van God komt in de westerse wereld in conflict met die andere wortel, de wetenschap. Die leert dat alles wat op aarde leeft ontstaan is uit een gemeenschappelijke levende oorsprong die weer ontstaan is uit een niet levende chemische oersoep. Er zijn nog steeds aanhangers van het z.g. creationisme, die menen dat de wereld en iedere daarop levende soort apart en speciaal door hun God gemaakt is. Meestal hoort daar ook een veel kortere loop van de geschiedenis bij dan door de historici wordt gehanteerd en de overtuiging dat wat wij aan resten uit het verleden opgraven uit de bodem daar is neergelegd door de Maker, precies zoals wij ze daar aantreffen.

De veel meer sofisticated designtheorie is een variant van het creationisme[1]. God heeft weliswaar niet alles los van elkaar vervaardigd en op de wereld gezet, zoals Genesis suggereert, maar hij heeft wel alles ontworpen volgens een zelfontwikkelend plan, dat zich nu aan het voltrekken is.

Deze designtheorie impliceert een beginpunt, ongeveer zoals in het concept van Darwin, of als de oerknal van de astronomen, maar een met voorbedachte rade. Het lijkt de enige theorie te zijn die hout snijdt voor wie in de moderne tijd zijn geloof aan een Bijbelse God overeind wil houden. Het platte creationisme van de Bible Belt is nogal blasfemisch. Het vereist een God die zijn kinderen met in de grond gestopte fossielen bewust bedriegt en zo’n God is in strijd met alles wat de Bijbel verder aan ons leert.

De design theorie is niet zo nieuw als haar aanhangers in de VS en Nederland vaak denken. Nieuw is de naam maar niet de idee. Al van voor Darwin dateert de gedachte dat een zo’n ingewikkelde en fraaie wereld als waar wij in leven niet door de werking van het toeval kan zijn ontstaan[2]. Daar moet een plan achter zitten, al kijk je alleen maar naar details, als die van het menselijk oog of de vleugels van een vogel.

Bovendien hoe kunnen die zaken zich ontwikkeld hebben zoals de evolutieleer voorschrijft? Geen vogel heeft toch iets aan een lidmaat dat zich halverwege een looppoot en een vleugel bevindt en ook ogen in statu nascendi lijken geen voorsprong te verschaffen in de strijd om het bestaan. Een niet geplande “blinde”schepping lijkt even onmogelijk als een horloge dat wordt vervaardigd door een blinde horlogemaker[3].

Een tweede tegenwerping is de wiskundige: het tijdsverloop sinds het ontstaan van de aarde is enorm, maar toch te kort als verklaring voor het ontstaan van de huidige wereld door een reeks toevallige veranderingen. Die stelling is op zich wel juist, maar berust op een misvatting en op een foutieve waarneming. De wiskundige die alleen naar de factor tijd kijkt ziet het enorme aantal exemplaren over het hoofd van iedere soort waarop de evolutie heeft ingewerkt. De tweede misvatting is dat de evolutie zou berusten op louter toevallige ontwikkelingen. De veranderingen zijn toevallig maar aan de ontwikkelingen ligt een selectiesysteem ten grondslag, dat helemaal niet willekeurig is.

De designtheorie heette vroeger de teleologische theorie en het was een vorm van Godsbewijs, want als er een doel was dan moest er ook iemand zijn die dat doel had en die de ontwikkeling volgens een bestaand plan in beweging zette. Die planner en beweger was God.

Het is duidelijk dat dit een vorm van antropomorfisme is, het meten van God met een menselijke maatstaf en daarom even loos als alle andere Godsbewijzen.

De twee intelligentste echt gelovige mensen die onze beschaving heeft voortgebracht, de Afrikaan Aurelius Augustinus en de Fransman Blaise Pascal, zagen het heilloze van dit soort pogingen in. Augustinus vergeleek de rationele benadering van het geloof met het scheppen van de zee in een zandkuiltje op het strand. Pascal verklaarde dat hij geloofde juist omdat het geloof absurd was. Ook Pascal kwam met een godsbewijs, origineler dan alle anderen: stel je gelooft niet in God, je gaat dood en hij blijkt er toch te zijn, dan sta je wel mooi te kijken. Stel je gelooft wel en hij is er niet. Ben je dan per saldo eigenlijk minder af[4]?

De problemen die de design theoristen en anderen[5] in de leer van Darwin onderkennen en met name het probleem dat de tussenstappen geen eigen survival value hebben, daarvoor biedt de teleologische theorie geen oplossing. Ook de design theorie, met haar immanente evolutie veronderstelt een ontwikkeling die tussenfases oplevert. Weliswaar zou met een ingebouwd en doelgericht designmechanisme een noodzakelijk verandering sneller en met behulp van minder teloorgaande exemplaren tot stand kunnen komen, maar dat is een relatief, geen absoluut verschil[6].

Het bezwaar tegen Darwin is het zelfde bezwaar dat tegen de teleologische theorie kan worden aangevoerd, behalve als men een voortdurend ingrijpen van een schepper veronderstelt en dan zijn we weer terug bij het creationisme oude stijl.

Dit hele betoog heeft overigens niets van doen met de oproep van de e.t. minister van onderwijs, Maria Van der Hoeven, om de designtheorie en het Darwinisme als twee gelijkwaardige theorieën te laten concurreren in het biologieonderwijs.

Die discussie hoort niet in het onderwijs, maar in de tijdschriften en media te worden gevoerd. Niet door leerlingen die daar de tijd en ook het inzicht nog niet voor hebben, maar door deskundigen en geïnteresseerden. De politiek moet zich daar buiten houden. Zou de design theorie het winnen, wat ik voor onwaarschijnlijk houd, dan wordt het tijd om de schoolboekjes aan te passen. Ook dan is dat niet een taak voor de minister, maar voor de wetenschappelijke adviesorganen die daar voor zijn benoemd.[7]


[1] De aanhangers ontkennen dit. Zij beschouwen hun theorie als een puur wetenschappelijke en wensen ook alleen op die basis erover te discussiëren. In principe hebben zij gelijk dat de bron van een theorie en de geloofsovertuiging van haar aanhangers wetenschappelijk irrelevant zijn. Opmerkelijk is wel dat de handvol aanhangers van de designtheorie die een wetenschappelijke reputatie genieten allemaal van streng protestantse huize komen.

[2] De wereld is vooral passend en fraai omdat wij door de evolutie bewerktuigd zijn om erin te leven. Daar zijn mooie illustraties van. Toen bijvoorbeeld vrije zuurstof voor het eerst in de lucht verscheen als gevolg van de fotosynthese van de planten, was het een vergif te vergelijken met chloor. Om de zuurstof onschadelijk te maken en zelfs nuttig te maken voor het leven was een majeure aanpassing van de cel nodig.

[3] Onder de titel de blinde horlogemaker trekt Richard Dawkins, de Engelse leerling van Nico Tinbergen van leer tegen de neocreationisten en andere bestrijders van de leer van Darwin. Veel van de bezwaren die door de design theoristen werden aangevoerd worden door Dawkins e.a. weerlegd, maar er komen steeds weer nieuwe voor in de plaats

[4] De Nederlandse rechtsfilosoof en epistemoloog Dooyeweerd, zelf orthodox protestants, wees iedere vermenging van wetenschap en religie resoluut van de hand. Beide zag hij als een eigen categorie van denken. Het dooreenhalen van de twee bijbehorende begrippenapparaten beschouwde hij als heilloos. Een redenering als die van Pascal zou hij om die reden nooit accepteren.

[5] Onder die anderen is tevens te rekenen Darwin zelf, die niet alleen veel bezwaren zelf geopperd heeft maar van een ervan gezegd heeft dat als zij juist zou blijken te zijn, zijn leer inderdaad zou zijn weerlegd. Dat is het argument dat de tussenstadia niet zelfstandig een voorsprong zouden geven in de overleving van de soort.

[6] Waar de aanhangers van de design theorie nog niet bij stil gestaan hebben voor zover ik weet, dat is bij de mogelijkheid dat in de lange loop van de evolutie zich in de genen een geschiktheid tot evolueren heeft genesteld die een voorsprong geeft bij het overleven van een soort. Dawkins zou die mogelijkheid meteen afwijzen omdat die niet gelooft in genen die niet op het individu, maar op de soort gericht zijn, maar Dawkins had ook niet altijd gelijk. Vast staat lijkt me wel dat een dergelijk geschiktheid met het blote oog niet van een immanent design zou zijn te onderscheiden. Als voorbeeld denk ik aan de cichliden in het Victoriameer. Misschien is het goed hierbij te bedenken dat een gen als onafhankelijke eenheid van erfelijkheid niet gelijk kan worden gesteld aan een rij basen in een DNA molecuul die de informatie bevatten voor de constructie van een peptide.

[7] Met dit al is deze minister mij sympathieker dan haar voorgangster Mevrouw Netelenbos die als staatssecretaris van onderwijs creationisme als alternatief voor evolutieleer wilde toestaan, hoewel ze zelf nergens in gelooft behalve in haar eigen carrière. Ze wenste geen politiek krediet te verspelen met een strijd die haar persoonlijk niet interesseerde. Deze handelswijze lijkt me nu een serieus voorbeeld van de banaliteit van het kwaad. Zij dient met kracht te worden veroordeeld. Overigens zijn mij de serieuze verdedigers van de intelligent design theorie ook sympathieker dan degenen die Darwin’s theorie met verontwaardiging verdedigen in plaats van met argumenten.

 

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in evolutie. Bookmark de permalink .

3 reacties op Schepping en wetenschap.

  1. Ad Rek zegt:

    Eind Maart heette dit artikel Creactionisme.

    Ik heb het toen ook gelezen. Nu weer, ik lees het met het gevoel dat het me boven mijn pet gaat maar kan het toch niet laten.

    Wat me opvalt is dat deze discussie voornamelijk gaat tussen wetenschap en geloof. En w.b. geloof dan gelovigen met een anthropomorfisch godsbeeld.

    Atheïsten blijven m.i. alsmaar hangen in die discussie met anthropomorfisten als ik ze zo mag noemen.

    Er zijn echter mensen die religieus of spiritueel humanistisch genoemd kunnen worden, en ook niets van anthropomorfisme moeten hebben. Van zo iemand las ik een keer een pamflet; “Help, the intelligent design theory is being hijacked by Creationists”, door Dara Tatray, een Australische filosofe die zich ging interesseren voor theosofie.

    Naar ik aanneem is zij voor atheïsten, moderne filosofen en wetenschappers dus een ‘gevallen vrouw’ als het ware. Ook van u verwacht ik niet veel krediet voor haar als ik uw kritieken op de menswetenschappers lees. Dat gaat me overigens niet boven mijn pet.

    Ze schreef in 2006 een artikel: The fundamental question concerning intelligent design. Daarin haalt ze een stukje discussie aan tussen David Bohm (Kwantum-natuurkunde) en J. Krshnamurti.

    Dat artikel vond ik laatst terug in een theosofisch blad uit Australië.: https://www.theosophical.org/files/TheoScience/N60USA.pdf
    Het is het tweede artikel, begint op blz. 4 tot blz. 9.

    Ook dit lees ik met datzelfde ‘bovenmijnpet’ gevoel. Toch voel ik verschil met die malle discussies tussen atheïsten (die in feite vaak geloven in de god van het wtenschappelijk bewijs, en daarin vaak religieuze trekken veryonen, soms zelfs heel fanatieke tot fundamentalistische,) en anthropomorfisten.

    Ik wou u daar op wijzen. Misschien is het iets om kenneis van te nemen.

    • akasdorp zegt:

      U heeft gelijk, dit artikel heeft eerder op deze site gestaan, maar het is zoals U heeft gezien wat aangepast. Ik heb de oudere versie intussen verwijderd. Het spijt me dat U vindt dat ik het te ingewikkeld maak. Het gaat inderdaad om de tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen, waarbij beide partijen het klassieke beeld van een antropomorfe god die de wereld in zes dagen schept verwerpen en het wetenschappelijke beeld van een evoluerende werkelijkheid aanvaarden. Het verschil zit erin of er aan de evolutie een bewust plan ten grondslag ligt, zoals de moderne gelovige meent of dat er sprake is van een door de omstandigheden bepaalde ontwikkeling. Hoe zo’n ontwikkeling dan kan ontstaan uit iets wat zich als een chaos aandient daarover gaat ondermeer het artikel van Bohm and Peat In Science (Bohm and Peat 1987, p.173) waarnaar in het door U aangegeven artikel werd verwezen.

      • Ad Rek zegt:

        Oh nee meneer Kasdorp, ik vind niet dat u het te ingewikkeld maakt. In feite waardeer uw manier van schrijven omdat ik zo in staat gesteld wordt ‘boven mijn pet’ iets te lezen.

        Het artikel dat Dara Tatray aanhaalt heb ik niet gelezen. Science lezen gaat me te ver.
        Er zijn vele religieuze of spirituele mensen die niet geloven in een bewust opgezet plan met een ‘planner’. Toch kunnen ze wel spreken van een goddelijk plan omdat ze het goddelijk vinden en met god de chaos bedoelen die ze als goed of intelligent beleven. Dat is natuurlijk wel dom om het zo te benoemen. Mensen als Krishnamurti en Bohm doen dat dan ook niet.

        In uw artikel van gisteren ‘Zekerheden’, erkent u dat er verschillende vormen van zekerheden zijn. Dat doet u zo lijkt het mij, meer uit praktische overwegingen. Ik hou het ook voor mogelijk dat er meerdere bronnen zijn voor zekerheid dan alleen de rede en de logica.
        In dat artikel vind ik de gedachte mooi dat Spinoza’s godsbegrip en opvatting de scheiding tussen wetenschap en godsdient had kunnen voorkomen. Ik denk dat dat inderdaad geld voor krishnamurti, Bohm, Tatray en vele anderen.

        Dat het bewijs dat godsdienst op waarheid berust wordt ontleend aan het feit dat er zo veel mensen voor zijn gestorven vind ik een vreemde vorm van bewijs. Eigenlijk, helemaal geen vorm van bewijs. Dat zal wel voor een bepaald deel van het gelovige volk gelden. Hopelijk is dat nu verleden tijd. Maar waarschijnlijk geloofd een groot deel van de mensen nu op eenzelfde domme manier in wetenschap. Wetenschappers vinden dat wel best, zoals vroeger natuurlijk de priesters het wel best vonden. Maar zou u hier niet beter ingegaan zijn op filosofen en theologen die zich met het godsbewijs bezig hielden zoals Philipse dat nu doet.

        Er zijn mensen die ervaren dat hetgeen chaos genoemd wordt intrinsiek goed is en intelligent is. Die mensen hebben zekerheid zonder te geloven. Ik ken er enkelen. De scheiding tussen wetenschap en religie heeft meegebracht dat wetenschappers daarover hun schouders ophalen of die mensen voor psychisch ziek verklaren. Hier ligt toch wel een onderzoeksterrein voor de menswetenschappen denk ik.

Reacties zijn gesloten.