De zwijgende meerderheid.

Veel moslims in Nederland voelen zich in een hoek gezet door de toenemende afkeer van autochtone Nederlanders voor hun geloof. Ze zien zich behandeld als potentiële terroristen en herkennen in de opvattingen van Nederlanders hun geloof niet en zich zelf ook niet.

Daar zit aan de andere kant iets merkwaardigs in, in dat onbegrip, want er bestaat wel degelijk zoiets als moslimterrorisme. Dat de meerderheid van de moslims geen terroristen zijn weten de Nederlanders ook wel, maar moord en doodslag is altijd alleen maar het topje van een ijsberg. Toen de Bader Meinhof en de Rode Brigades aan het moorden sloegen was er om hen heen ook een veel grotere groep, die zelf niet zou moorden, maar die aan dit soort mensen wel onderdak bood en morele steun.

Als over de hele wereld uit de moslimgemeenschap zoveel meer geweld voortkomt dan uit andere geloven en gemeenschappen, dan moet er met dat geloof wel iets bijzonders aan de hand zijn. Als de islam gewelddadig is, vergeleken met het christendom, het hindoeïsme of gewoon maar met seculiere westerlingen, dan moet iemand die zich in dat geloof thuis voelt zich daar toch wat van aantrekken, zou je zeggen.

Daarover in debat gaan met de gewelddadige jongeren zelf lijkt me zinloos. Criminelen beschouwen zich meestal als slachtoffers, dat is een bekend verschijnsel. Wie bereid is zich zelf van het leven te beroven alleen maar om anderen te kunnen treffen of die alleen al het risico wil lopen zelf om het leven te komen bij zijn geweldsdaden, die is vervuld van haat. Dat is de enig denkbare motivatie.

Met criminelen en haatzaaiers valt niet te praten, maar de meerderheid van de moslims in Nederland wil met rust gelaten worden en heeft een hekel aan geweld. Ze willen er niet over praten.

Dat zeggen ze en dat geloof ik, want dat is het geval bij alle normale mensen. Aan de andere kant heeft praktisch iedereen ook duidelijk meer dan één “Seele in seiner Brust”. Ik herinner me nog heel goed de boosheid van de meeste Nederlanders na de elfde September en na de moord op Theo van Gogh. Dat gevoel kan bij onevenwichtige geesten leiden tot geweldsdaden en dat heeft het in een lichte vorm ook gedaan na de moord op Van Gogh. Er zijn scholen in brand gestoken en moskeeën belaagd, maar geweld tegen moslims persoonlijk is achterwege gebleven.

Nederlanders zijn dus ook in staat tot haat en onze neven de Israëliërs geven er dagelijks blijk van. Toch is er een verschil.

De Nederlandse of de Israëlische gemeenschap veroordeelt haat en hun regeringen bestraffen uit haat gepleegde geweldsdaden. De mensen zelf schamen zich vaak achteraf voor hun gedrag en voor de landgenoten die hun emoties niet in bedwang hebben kunnen houden. In de moslimgemeenschap merken we daar weinig van.

Toen na de dood van een tasjesdief in de Amsterdams Oosterparkbuurt een klein islamitisch jongetje op straat tegen een interviewer zei dat iedereen wel eens tasjes steelt, dat is toch heel normaal, toen is er uit de Moslimgemeenschap niemand opgestaan om openlijk te zeggen dat stelen verboden is ook van ongelovigen. Waar de Nederlanders bezwaren tegen hebben is niet alleen tegen de forse minderheid van islamieten die misdrijven begaat maar tegen de moslimgemeenschap die niet optreedt en zich daardoor buiten de gemeenschap van goede Nederlandse burgers plaatst.

Wij houden ons aan de wet, is het antwoord dat je krijgt als je er moslims op aanspreekt. Het is de taak van de politie en niet van een Nederlandse burger die toevallig ook moslim is om iets aan tasjesdieven te doen. Met andere woorden er is niet zoiets als een moslimgemeenschap en ik ben niet mijn broeders hoeder.

Met dat antwoord spelen ze in op een aantal westerse mythes, dat geloof een particuliere aangelegenheid is, dat iedereen gelijk is tegenover de wet en dat de samenleving bestaat uit individuen, zodat het niet aangaat om te doen of er groepen zijn die je aan kunt spreken op wat er vanuit hun midden gebeurt.

Intussen weten we allemaal dat het ongewoon moeilijk, zo niet onmogelijk is om individuen op te pakken en te veroordelen zolang ze bescherming genieten van de groep waar ze toe horen. De woonwagenbewoners in Maastricht zijn daar een voorbeeld van en de Hells Angels een ander.

Zolang moeders niet bereid zijn het gedrag van hun zonen te veroordelen, blijven ze rotzooi trappen op de scholen en geweld plegen op straat. Zolang vaders niet verbieden dat hun zonen met gestolen spullen in huis komen blijven er tramrovers rondlopen, daar is niets aan te doen.

Als een imam in Irak met een kromzwaard zwaait tijdens het Vrijdaggebed en aankondigt dat hij hoogstpersoonlijk de joden het hoofd zal af gaan slaan, moet niemand zich verbazen dat uit naam van het geloof tieners vol testosteron de straat op gaan en moorden plegen.

We moeten ons niet richten tegen de plegers van deze misdaden, dat is toch hopeloos, maar tegen de goedwillende en vredelievende moslims, die de enigen zijn die misschien iets aan het geweld in hun achterban kunnen doen, in elk geval hier in Europa. Dat dit niet leuk is voor ze dat begrijp ik, maar ik meen dat ze daarvoor verantwoordelijk zijn als ze hier wonen.

About these ads

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, geloof, maatschappelijk, Nederland, strafrecht en criminologie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s